[ vorige ] [ Inhoud ] [ 1 ] [ 2 ] [ 3 ] [ 4 ] [ 5 ] [ 6 ] [ A ] [ B ] [ volgende ]


Release Notities voor Debian GNU/Linux 3.1 ('sarge'), SPARC
Hoofdstuk 5 - Belangrijke aandachtspunten voor sarge


5.1 Wijzigingen in Python pakketten

Geen van de python2.x-pakketten beschikbaar in sarge bevat de standaard modules 'profile' en 'pstats'. Reden is dat deze een licentie hebben die niet voldoet aan de DFSG (zie probleemrapport #293932 voor nadere informatie). Beide modules zijn opgenomen in de pakketten python-profiler en python2.x-profiler in de 'non-free' sectie van het Debian archief.


5.2 Opwaarderen naar een kernel uit de 2.6 serie

De 2.6-kernel serie bevat significante wijzigingen ten opzichte van de 2.4 serie. Modules zijn hernoemd en een groot aantal stuurprogramma's is gedeeltelijk of soms bijna geheel herschreven. Het opwaarderen naar een 2.6-kernel vanaf een eerdere versie is daarom niet een proces dat licht mag worden opgenomen. Deze paragraaf heeft tot doel u bewust te maken van een deel van de hindernissen die u kunt tegenkomen.

U wordt daarom sterk aangeraden om de opwaardering naar een 2.6-kernel niet uit te voeren als onderdeel van de migratie van woody naar sarge. In plaats daarvan kunt u zich er beter eerst van verzekeren dat uw systeem goed werkt met ofwel de oude kernel ofwel een 2.4-kernel uit sarge, en de opwaardering naar een 2.6-kernel later als een afzonderlijk project ter hand nemen.

Zorg ervoor dat, als u zelf uw kernel compileert vanaf de broncode, u module-init-tools installeert voordat u het systeem opstart met de 2.6-kernel. Dit pakket vervangt modutils voor 2.6-kernels. Als u een van de kernel-image pakketten installeert, zal dit pakket automatisch worden ge´nstalleerd op basis van afhankelijkheden.

Als u gebruik maakt van LVM dient u tevens lvm2 te installeren voordat u het systeem opnieuw opstart aangezien de 2.6-kernel LVM1 niet direct ondersteunt. Voor het benaderen van bestaande LVM1 volumes zal de compatibiliteitslaag van lvm2 (de module dm-mod) worden gebruikt. U hoeft lvm10 niet te deinstalleren; de init-scripts zullen controleren welke kernel wordt gebruikt en de juiste versie opstarten.

Als er modules voorkomen in het bestand /etc/modules (lijst met modules die moeten worden geladen tijdens het opstarten van het systeem), merk dan op dat de naam van sommige van deze modules kan zijn gewijzigd. Als dit is gebeurt dan zult u deze in het bestand moeten aanpassen.

Zorg ervoor dat, nadat u de 2.6-kernel heeft ge´nstalleerd, maar voordat u het systeem opnieuw opstart, u ergens op kunt terugvallen. Zorg er allereerst voor dat uw opstartlader geconfigureerd is voor zowel de nieuwe als de oude, werkende kernel. Het verdient aanbeveling om ook een "rescue" diskette of CD bij de hand te hebben voor het geval uw systeem niet kan worden opgestart door een onjuiste configuratie van de opstartlader.


5.2.1 Configuratie van het toetsenbord

De meest ingrijpende wijziging in de 2.6-kernels is een fundamentele wijziging van de invoerlaag. Deze wijziging zorgt ervoor dat alle toetsenborden zich presenteren als "normale" PC-toetsenborden. Als u op dit moment een ander type toetsenbord (zoals USB-MAC of Sun) heeft geselecteerd, betekent dit dat de kans groot is dat uw toetsenbord niet zal werken als u opnieuw opstart met de nieuwe 2.6-kernel.

Als u het systeem vanaf een andere computer kunt benaderen (b.v. met SSH), dan kunt u dit probleem oplossen door dpkg-reconfigure console-data uit te voeren, vervolgens de optie "Selecteer een toetsenbordindeling uit de volledige lijst" te kiezen en daarna een "pc"-toetsenbord te selecteren.

Als uw toetsenbord voor console moet worden aangepast, zult u waarschijnlijk ook uw toetsenbordinstelling voor het X Window System moeten aanpassen. Dit kan ofwel met de opdracht dpkg-reconfigure xserver-xfree86 of door handmatig /etc/X11/XF86Config-4 te wijzigen. Vergeet niet om de documentatie te lezen waarnaar wordt verwezen in Voordat u het systeem opnieuw opstart, Sectie 4.6.

Merk op dat als u een USB-toetsenbord gebruikt, dit als een "normaal" PC-toetsenbord maar ook als een USB-MAC-toetsenbord kan zijn geconfigureerd. In het eerste geval is voor u dit probleem niet van toepassing.


5.2.2 Configuratie van de muis

Wederom vanwege de wijzigingen in de invoerlaag zult u mogelijk, als uw muis na de opwaardering naar een 2.6-kernel niet meer werkt, de configuratie van het X Window System en het pakket gpm moeten aanpassen. De meest waarschijnlijke oorzaak is dat de gegevensstroom vanaf de muis binnenkomt op een ander apparaatbestand in /dev/. Ook is het mogelijk dat u andere modules moet laden.

Als u op dit moment X heeft geconfigureerd op /dev/sunmouse, zult u dit waarschijnlijk moeten aanpassen naar /dev/psaux.


5.2.3 Configuratie van de geluidskaart

Voor de 2.6-kernel serie wordt voor geluid de voorkeur gegeven aan de ALSA stuurprogramma's boven de OSS stuurprogramma's. De ALSA stuurprogramma's zijn standaard beschikbaar als modules. Om geluid te kunnen laten werken, moeten de voor uw apparatuur juiste ALSA modules worden geladen. Over het algemeen zal dit automatisch gebeuren als, naast het pakket alsa-base, ook een van de pakketten hotplug of discover is ge´nstalleerd. Het pakket alsa-base zorgt er ook voor dat OSS modules op de zwarte lijsten voor discover en hotplug worden geplaatst waarmee wordt voorkomen dat ze worden geladen. Als u OSS modules heeft staan in /etc/modules, dient u deze te verwijderen.


5.2.4 Overschakelen naar 2.6 kan udev activeren

udev is een implementatie van devfs in "userspace". Het wordt aangekoppeld over de directory /dev/ en zorgt ervoor dat deze wordt gevuld met apparaatbestanden die door de kernel worden ondersteund. Ook zal het dynamisch apparaatbestanden aanmaken en verwijderen als kernel-modules worden geladen respectievelijk ontladen, daarbij samenwerkend met hotplug om nieuwe apparaten te detecteren. udev werkt alleen met 2.6-kernels.

Omdat udev automatisch wordt ge´nstalleerd omdat bijvoorbeeld gnome er een afhankelijkheid mee heeft, bestaat de kans dat het opwaarderen naar een 2.6-kernel tot gevolg zal hebben dat udev zal activeren.

Hoewel udev uitgebreid is getest, is het mogelijk dat u kleine problemen zult moeten oplossen voor bepaalde apparaatbestanden. De meest voorkomende problemen zijn gewijzigde toegangsrechten of eigendom van een apparaatbestand. Soms kan het voorkomen dat een apparaatbestand niet automatisch wordt aangemaakt (dit geldt bijvoorbeeld voor /dev/video en /dev/radio).

udev biedt mogelijkheden om deze problemen door aanpassing van de configuratie op te lossen. Zie udev(8) en /etc/udev voor nadere informatie.


[ vorige ] [ Inhoud ] [ 1 ] [ 2 ] [ 3 ] [ 4 ] [ 5 ] [ 6 ] [ A ] [ B ] [ volgende ]


Release Notities voor Debian GNU/Linux 3.1 ('sarge'), SPARC

$Id: release-notes.nl.sgml,v 1.19 2005/08/31 18:05:15 fjp Exp $

Josip Rodin, Bob Hilliard, Adam Di Carlo, Anne Bezemer, Rob Bradford (huidig), Frans Pop (huidig)
debian-doc@lists.debian.org