D.1. Linux-apparaten

In Linux kunt u verschillende bijzondere bestanden vinden in de map /dev. Deze bestanden worden apparaat-bestanden (device files) genoemd en gedragen zich niet als gewone bestanden. De meest gebruikelijke types apparaat-bestanden zijn die voor blok-apparaten en teken-apparaten. Deze bestanden vormen een interface voor het eigenlijke stuurprogramma (onderdeel van de Linux-kernel) dat op zijn beurt de hardware benadert. Een ander minder gebruikelijk type apparaat-bestand is de zogenaamde named pipe (een pijp met een naam). De belangrijkste apparaat-bestanden worden in de onderstaande tabellen vermeld.

fd0 Eerste diskettestation
fd1 Tweede diskettestation

sda Eerste harde schijf
sdb Tweede harde schijf
sda1 Eerste partitie van de eerste harde schijf
sdb7 Zevende partitie van de tweede harde schijf

sr0 Eerste CD-station
sr1 Tweede CD-station

ttyS0 Seriële poort 0, COM1 onder MS-DOS
ttyS1 Seriële poort 0, COM2 onder MS-DOS
psaux PS/2-muis
gpmdata Pseudoapparaat, repeaterdata van de GPM-achtergronddienst (muis)

cdrom Symbolische koppeling naar het CD-station
mouse Symbolische koppeling naar het apparaat-bestand voor de muis

null Alles wat naar dit apparaat geschreven wordt, verdwijnt
zero Uit dit apparaat kan men onbeperkt nullen blijven inlezen

D.1.1. Uw muis instellen

De muis kan zowel aan de Linux-console (met gpm) gebruikt worden als in de X-window-omgeving. Normaal is dit gewoon een kwestie van het installeren van gpm en de X-server zelf. Beide moeten ingesteld worden om /dev/input/mice te gebruiken als muis. Het correcte muis-protocol heet in gpm exps2 en in X ExplorerPS/2. De respectieve configuratiebestanden zijn /etc/gpm.conf en /etc/X11/xorg.conf.

Opdat uw muis zou werken, moeten bepaalde kernelmodules geladen worden. In de meeste gevallen worden de correcte modules automatisch gedetecteerd, maar dit is niet altijd het geval voor de oudere seriële en bus-muizen[26], die erg zeldzaam zijn behalve op zeer oude computers. Samenvattend zijn de volgende Linux kernelmodules nodig voor de verschillende muistypes:

Module Beschrijving
psmouse PS/2-muis (wordt automatisch gedetecteerd)
usbhid USB-muis (wordt automatisch gedetecteerd)
sermouse De meeste seriële muizen
logibm Bus-muis aan Logitech adapterkaart
inport Bus-muis aan ATI of Microsoft InPort-kaart

Om een struurprogrammamodule voor een muis te laden kunt u het commando modconf (uit het gelijknamige pakket) gebruiken. U moet zoeken in de categorie kernel/drivers/input/mouse.



[26] Een seriële muis heeft meestal een connector in de vorm van een D en met 9 gaatjes. Een bus-muis heeft een ronde connector met 8 pinnetjes. Men mag dit niet verwarren met de ronde connector met 6 pinnetjes van een PS/2-muis of met de ronde connector met 4 pinnetjes van een ADB-muis.