5.2. Toegankelijkheid

Sommige gebruikers kunnen specifieke ondersteuning nodig hebben omwille van bijvoorbeeld een visuele beperking. De meeste toegankelijkheidsvoorzieningen moeten handmatig geactiveerd worden. Bepaalde opstartparameters kunnen opgegeven worden om bepaalde toegankelijkheidsfuncties te activeren. Merk op dat de opstartlader op de meeste architecturen uw toetsenbord als een QWERTY-toetsenbord beschouwt.

5.2.1. Frontend voor het installatiesysteem

Het installatiesysteem van Debian kan verschillende frontends gebruiken voor het stellen van vragen met een wisselend comfort vanuit het oogpunt van toegankelijkheid: met name maakt text gebruik van platte tekst en newt van tekstgeoriënteerde dialoogvensters. Er kan een keuze gemaakt worden aan de opstartprompt. Raadpleeg de documentatie bij DEBIAN_FRONTEND in Paragraaf 5.3.2, “Parameters voor het installatiesysteem van Debian”.

5.2.2. Apparatuur op een kaart

Sommige apparatuur voor toegankelijkheid heeft in feite de vorm van een kaart die binnenin de machine ingeplugd moet worden en die de tekst rechtstreeks leest uit het videogeheugen. Opdat dit soort apparaten zou werken moet u framebufferondersteuning uitzetten door de opstartparameter fb=false te gebruiken. Op die manier wordt het aantal ondersteunde talen wel beperkt.

5.2.3. Een stijl met verhoogd contrast

Voor gebruikers met een verminderd gezichtsvermogen bestaat de mogelijkheid om voor het installatiesysteem een kleurenschema met verhoogd contrast te kiezen, waardoor het beter leesbaar wordt. Om dit te activeren, kunt u de sneltoets d gebruiken om in het opstartscherm het item Dark theme te selecteren, of u kunt theme=dark toevoegen als opstartparameter.

5.2.4. Zoomfunctie

Voor gebruikers met een verminderd gezichtsvermogen biedt het grafische installatiesysteem een erg basale zoomfunctie: met de sneltoetsen Control++ en Control+- kunnen de letters groter en kleiner gemaakt worden.

5.2.5. Expertmodus, reparatiemodus, geautomatiseerde installatie

De expertmodus en de reparatiemodus van het installatiesysteem en een geautomatiseerde installatie kunnen ook met toegankelijkheidsvoorzieningen uitgevoerd worden. Om ze te gebruiken moet men eerst naar het submenu Advanced options van het opstartmenu gaan door a te typen. Op een BIOS-systeem (het opstartmenu heeft dan slechts één bieptoon gegeven) moet u daarna op Enter drukken. Bij UEFI-systemen (het opstartmenu heeft twee bieptonen gegeven) dient u dit niet te doen. Om nadien eventueel spraaksynthese te activeren moet u op s drukken (opnieuw gevolgd door Enter op een BIOS-systeem maar niet op een UEFI-systeem). Vanaf dan kunnen verschillende sneltoetsen gebruikt worden: x voor een installatie in expertmodus, r voor de reparatiemodus en a voor een geautomatiseerde installatie. Op een BIOS-systeem moet u daarna telkens op Enter drukken.

De optie geautomatiseerde installatie laat toe om Debian volledig automatisch te installeren via het gebruik van preseeding (vooraf ingestelde antwoorden), waarvan de vindplaats na het opstarten van de toegankelijkheidsvoorzieningen ingevoerd kan worden. Het gebruik van preseeding zelf wordt gedocumenteerd in Bijlage B, De installatie automatiseren door antwoorden vooraf in te stellen.

5.2.6. Toegankelijkheid van het geïnstalleerde systeem

Documentatie over de toegankelijkheid van een geïnstalleerd systeem is te vinden op de Wikipagina van Debian over toegankelijkheid.